
De apparatuurvraag houdt veel trainers maanden tegen. Ze lezen zich in, komen uit bij een camera die meer kost dan een trainingsdag oplevert, schrikken en stellen het uit. Terwijl de volgorde van belangrijkheid precies andersom is dan de prijslijst suggereert.
Geluid eerst, altijd
Kijkers vergeven beeld dat matig is. Geluid dat galmt, ruist of te zacht is, zetten ze binnen een halve minuut uit. Als je maar één ding koopt, koop dan een microfoon.
Wat werkt voor een pratende trainer:
- Een dasspeldmicrofoon die je op je kraag klemt. Blijft altijd even ver van je mond, ook als je beweegt. Voor de meeste trainers de beste keuze.
- Een microfoon op een arm net buiten beeld. Klinkt vaak iets voller, maar je moet op je afstand letten.
- Een headset als je vooral schermopnames maakt en niet in beeld bent.
Wat niet werkt: de microfoon in je laptop en de microfoon in je camera. Beide staan te ver weg en pakken de hele kamer mee.
De ruimte doet meer dan de spullen
Een dure microfoon in een lege vergaderzaal klinkt slechter dan een goedkope in een woonkamer. Galm ontstaat door harde vlakken, dus gladde vloeren, kale muren, grote ramen en een tafel van glas.
Zoek de ruimte in je huis of kantoor met de meeste zachte spullen. Gordijnen, een bank, een tapijt, een gevulde boekenkast. Klap in je handen en luister: hoor je een naklank, dan galmt het. Een deken over een klerenrek naast je opstelling doet meer dan je verwacht.
Let ook op wat je niet hoort tot het op de opname staat: een koelkast, een cv-ketel, een ventilator in een laptop, verkeer, buren. Neem één minuut stilte op en luister die terug met een koptelefoon voordat je begint.
Beeld: je telefoon is goed genoeg
De camera in een telefoon van de afgelopen jaren maakt beeld dat prima is voor training. Zet hem op een statief, op ooghoogte en gebruik de camera aan de achterkant. Die is beter dan de selfiecamera.
Wat je wel nodig hebt is een statief dat niet omvalt en een manier om te zien wat je opneemt. Een tweede scherm, een spiegel of gewoon een testopname voor elk onderdeel.
Wil je later toch een camera, dan is het beste moment daarvoor nadat je je eerste programma hebt verkocht. Dan weet je wat je mist.
Licht is sturend, niet duur
Eén lamp met een grote diffuse voorkant, schuin voor je op ongeveer 45 graden, doet het meeste werk. Een tweede lamp aan de andere kant zorgt dat de schaduw niet te hard wordt.
Daglicht uit een raam werkt ook, met één probleem: het verandert. Als je vier uur opneemt, ziet het einde er anders uit dan het begin en dat merk je pas in de montage. Doe de gordijnen dicht en gebruik je eigen licht, dan is elke opname gelijk.
Voorkom licht recht van boven, want dan krijg je schaduw onder je ogen. Voorkom een raam achter je, want dan word je een silhouet.
Achtergrond
Een rustige achtergrond met een beetje diepte werkt het best. Niet een kale muur op tien centimeter achter je hoofd, ook geen rommelige kast met van alles erin. Een boekenkast op twee meter afstand, licht onscherp, is de klassieker en werkt omdat hij klopt bij wat je doet.
Digitale achtergronden en groene doeken raden de meeste mensen af voor trainingsvideo's. De randen om je hoofd flikkeren zodra je beweegt. Dat leidt af.
Software
Voor opnemen van je scherm en je gezicht tegelijk zijn er programma's die dat allebei doen. Voor montage heb je geen dure suite nodig als je alleen knipt, tekst toevoegt en geluid gelijktrekt. De gratis of goedkope programma's die bij je computer horen, kunnen dat.
Wat je wel moet regelen is opslag. Video's zijn groot. Een dag opnemen levert makkelijk honderd gigabyte op. Zorg voor twee plekken waar het staat voordat je je kaart leegmaakt.
Wat je niet moet kopen
Een lijstje aankopen dat vaak spijt oplevert:
- Een camera die duurder is dan het programma dat je ermee gaat maken.
- Een set lampen met vijf standaarden waar je er twee van gebruikt.
- Een teleprompter, tenzij je merkt dat je zonder script echt vastloopt. De meeste trainers klinken er stijver door.
- Een abonnement op montagesoftware voor gevorderden, voordat je één video hebt gemonteerd.
De volgorde die werkt
Koop een microfoon. Zoek een ruimte die niet galmt. Zet je telefoon op een statief. Zet er één lamp bij. Neem twee minuten op en bekijk die op je telefoon en met een koptelefoon.
Is het geluid schoon en is je gezicht goed te zien, dan ben je klaar om te beginnen. Alles daarna is verbetering, geen voorwaarde. Hoe je die dag inricht, staat in een opnamedag die niet ontspoort, met de paklijst in het draaiboek.
Verder lezen
- Een opnamedag die niet ontspoort Met een draaiboek neem je op één dag een half programma op. Zonder draaiboek ben je om vier uur nog aan het prutsen met je microfoon.
- Je slides en werkboek hergebruiken zonder ze te kopiëren Zaalslides staan vol halve zinnen die alleen werken met jouw stem erbij. Zo maak je er materiaal van dat op zichzelf staat.
- Het rekensommetje achter je volle agenda Je jaaromzet is je dagtarief maal het aantal dagen dat je kunt draaien. Dat is de hele formule. Precies daar zit je plafond.