
Veel zelfstandige trainers halen een flink deel van hun omzet via opleidingsinstituten, bureaus en vaste opdrachtgevers. Die relaties zijn jarenlang opgebouwd en je wilt ze niet kwijt. De vraag die dan opkomt als je zelf iets online gaat verkopen: word ik nu een concurrent van de partij die mij inhuurt?
Meestal niet. Maar het antwoord hangt af van wat je hebt getekend en van hoe je het aanpakt.
Kijk eerst in je overeenkomst
Pak de overeenkomsten erbij die je met bureaus hebt en zoek naar drie soorten bepalingen.
- Een concurrentiebeding of relatiebeding. Bij zelfstandigen komen die minder vaak voor dan bij werknemers, maar ze staan er soms wel in. Let vooral op de reikwijdte: geldt het voor het hele vakgebied of alleen voor de klanten waar je via hen bent geweest?
- Een verbod op benaderen van deelnemers. Dit is de meest voorkomende. Je mag deelnemers die via het bureau bij jou kwamen niet rechtstreeks benaderen voor eigen aanbod. Dat is te begrijpen en het is meestal ook redelijk.
- Een bepaling over intellectueel eigendom. Als het bureau de rechten op het materiaal claimt dat je voor hen ontwikkelde, kun je dat materiaal niet zomaar hergebruiken. Zie auteursrecht op je eigen trainingsmateriaal.
Weet je niet zeker wat er staat, lees het dan gewoon een keer. Het kost een half uur en het scheelt een ongemakkelijk gesprek.
Waarom je meestal geen concurrent bent
Een opleidingsinstituut verkoopt iets anders dan jij. Zij verkopen een compleet traject met een naam, een certificaat, een planning, een locatie en een garantie dat er iemand voor de groep staat, ook als jij ziek bent. Hun klant koopt zekerheid en ontzorging.
Jouw online programma verkoopt iets veel kleiners aan iemand die het zelf betaalt of zelf regelt. Dat is een andere koper met een ander budget en een andere aanleiding.
Zo bekeken vullen ze elkaar aan. Sterker nog, er zijn bureaus die er blij mee zijn: een trainer met een eigen naam en eigen materiaal is voor hen aantrekkelijker om in te zetten.
Het gesprek dat je beter zelf voert
Wat je wilt voorkomen, is dat een vaste opdrachtgever het toevallig ontdekt. Dan wordt het een kwestie van vertrouwen in plaats van een zakelijke vraag.
Vertel het dus zelf en houd het feitelijk. Je bouwt een programma voor mensen die de opleiding niet kunnen betalen of niet op locatie kunnen komen. Je gaat hun deelnemers niet benaderen. Je bent onverminderd beschikbaar voor de dagen die jullie al hebben afgesproken.
In veel gevallen komt daar een gesprek uit dat de andere kant op gaat: of ze jouw materiaal mogen inzetten in hun eigen trajecten. Dat is een verkoopkanaal dat je zelf niet had kunnen bouwen.
Levering aan bureaus is een aparte vorm
Als een bureau jouw programma wil afnemen voor zijn deelnemers, is dat geen gewone verkoop. Regel dan vooraf:
- Een prijs per deelnemer of per groep, met een staffel als het er meer worden.
- De duur van de toegang en wat er gebeurt als de samenwerking stopt.
- Onder welke naam het naar buiten gaat en of jouw naam zichtbaar blijft.
- Wie het aanspreekpunt is voor deelnemers met vragen, want dat is werk.
Dit is waardevoller dan het lijkt: één afspraak met een bureau kan meer opleveren dan maanden losse verkoop. Je hoeft er niet voor te adverteren.
Let op je positie als zelfstandige
Er speelt nog iets mee. De Belastingdienst kijkt naar de vraag of een samenwerking in de praktijk een dienstbetrekking is. Voor trainers die jarenlang vrijwel exclusief voor één instituut werken, is dat een reëel aandachtspunt. Het Ondernemersplein legt uit waar naar wordt gekeken op de pagina over schijnzelfstandigheid voorkomen.
Eigen aanbod naast je opdrachten helpt daar juist bij. Meerdere opdrachtgevers, eigen materiaal, eigen prijsstelling en zichtbaar ondernemersrisico zijn allemaal punten die laten zien dat je voor eigen rekening werkt. Het is geen sluitend antwoord en het is wel een verstandige richting.
Bouw het naast elkaar op
De veiligste volgorde is niet spectaculair. Houd je zaaldagen op peil, bouw je programma op in de ruimte die je hebt en verkoop je eerste ronde aan mensen uit je eigen netwerk, zoals in je eerste deelnemers vinden zonder groot publiek staat.
Pas als er een gestage verkoop staat, is de vraag interessant hoeveel dagen je nog wilt draaien. Tot die tijd is er geen keuze te maken en hoeft er ook niemand een keuze op te dringen. Wat het één en het ander oplevert, zie je op de rekenhulp.
Verder lezen
- Je eerste deelnemers vinden zonder groot publiek Je hebt geen mailinglijst van vijfduizend mensen nodig. Wel een lijst van veertig namen die je zelf kunt opschrijven.
- Het rekensommetje achter je volle agenda Je jaaromzet is je dagtarief maal het aantal dagen dat je kunt draaien. Dat is de hele formule. Precies daar zit je plafond.
- Vier vormen online aanbod en voor wie ze werken Live online, opgenomen, hybride of abonnement. Wat elke vorm van je vraagt, wat hij oplevert en wanneer hij bij jouw training past.